Allemaal helden

Blog

Morgen is het de Internationale dag van de bergen en volgende week zijn er dagen voor Apen, het Koninkrijk en Ugly Sweaters. Ik heb er niet zoveel mee, met al die dagen. Maar er zijn uitzonderingen: de Dag van de Rechten van de Mens bijvoorbeeld, ieder jaar op 10 december. Vandaag dus. 

Op de Internationale Mensenrechtendag vragen de Verenigde Naties en de mensenrechtenorganisaties aandacht voor hun werk. En terecht. In 1948, op 10 december, werd de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen, bestaande uit dertig artikelen. Artikel 1: Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen. 

In een jaar waarin onze vrijheid flink wordt beperkt vind ik het belangrijk om stil te staan bij deze dag. Niet in de laatste plaats omdat de Dag van de Rechten van de Mens aan de meeste mensen geruisloos voorbij gaat. Ja, Amnesty International organiseert een schrijfmarathon met vanmiddag een live evenement, maar weinigen slaan er acht op. De urgentie mist. Denken we.

Iets meer dan een maand geleden zei onze minister van Onderwijs dat reformatorische scholen homoseksualiteit mogen afkeurenPoolse arbeidsmigranten worden mishandeld, en er zijn vijftienduizend achterstallige asielaanvragen. Dat zijn geen stapels papier, maar mensen die wachten in asielzoekerscentra. Dat heeft niets met mensenrechten te maken zo kan ik u uit ervaring vertellen.    

Deze week nog werd een Turkse voetbaltrainer door een official van de UEFA uitgemaakt voor negro. Nog steeds gaan in Nederland honderdduizenden kinderen met een lege maag naar school. Ik bekeek de documentaire Klassen. Uit de aankondiging: ‘In Nederland zijn we ervan overtuigd dat iedereen gelijk is in het onderwijs en dat je dus niet rijk hoeft te zijn om naar het vwo te gaan. Is dit wel zo?’

Als ik wil kan ik nog twee pagina’s volschrijven met voorbeelden. Urgentie genoeg. De onvrijheid en ongelijkheid is groter dan we denken. Hoe dat voelt weet iedereen na dit jaar – een jaar waarin we allemaal in onze vrijheid worden beperkt – op zijn minst een beetje, we hebben het aan den lijve ondervonden. Mijn conclusie is: we zijn er nog lang niet. Mensenrechten hebben niet alleen aandacht nodig met een speciale dag, maar ook bescherming, verdieping, bewustwording, zelfs strijd.

Er ligt een opdracht voor ons allemaal. Een opdracht om vaker en beter om je heen te kijken. Zoals de voetballers van Paris Saint-Germain en Basaksehir deden. Zij stapten dinsdag van het veld. ‘Wat doe ik en wat kan ik doen?’ Die vraag zou als een mantra in ons hoofd moeten klinken. 

Ik wil graag afsluiten met een passage uit het voorwoord van Helden, het kinderboek van Jannie van der Molen:

Wat is een held? Wie is een held? Dat lijken eenvoudige vragen. Maar als je er wat langer over nadenkt, zijn het best lastige. Want is een held iemand die iets heel goed kan? Een topsporter, bijvoorbeeld? […] Het valt nog niet mee om te bepalen wat nu eigenlijk een held is. Ik vind de vijf mensen waar het in dit boek over gaat allemaal helden en heldinnen. […] Omdat ze zich een leven lang inzetten voor een beter leven voor iedereen. Omdat ze zich het lot aantrokken van mensen die het moeilijk hadden. Omdat ze opkwamen voor de rechten van anderen. […] Als we allemaal een beetje held zijn, maken we de wereld heel veel mooier. Wat zeg je ervan: doen?